Denemarken: ÆRØ

Denemarken: ÆRØ

Æro (sorry niet juist geschreven) is wat mij betreft een van de mooiste eilanden van Denemarken. Niet alleen omdat je er alleen per boot kunt komen, waardoor het een ‘echt’ eiland is, maar omdat er een bijzondere sfeer hangt. Wat die sfeer was, weet ik niet precies. Misschien kwam het door de zon. Misschien waren het de rustige weggetjes. Of wellicht waren het de historische dorpen. Een dorp als Marstal is lange tijd de een na grootste haven van Denemarken geweest. En dat zie je terug in de opbouw van de plaats en in de huizen. Hetzelfde is terug te vinden in de andere havenplaatsen: Skoby en Æroskobing. Ze nodigen uit om te blijven of om terug te keren. Gelukkig dat er dan vier veerdiensten af- en aanvaren in deze plaatsen.

Denemarken Oostzeeroute: AlsÆrøLangelandLollandFalsterBogøMønSeelandFunen-Langeland-Ærø-Als

Denemarken Oostzeeroute (Ook te koop bij fietsvakantiewinkel en bol.com)  

Fietsend zie je zoveel meer dan in de auto. Het tempo is langzamer, vooral bij de steile weggetjes naar boven toe. Eenmaal boven zie je het glooiende landschap, eindigend in de zee. Dan weer gaat de weg er zo dichtbij langs dat bij een grote golf we nat zouden worden. Maar ik kreeg niet het idee dat er ooit grote golven zouden kunnen komen. De zee is er en er zijn plekken genoeg om te pauzeren.

Ongeveer bij Kraegnaes, tussen Æroskobing en Marstal, zouden we overnachten op een van de vrije kampeerplekken die Denemarken kent. Er is een gids van met de naam: Overnatning i det fri. 1000 Plekken zijn beschreven waar je alleen als fietser, wandelaar, ruiter of kanovaarder mag of kunt komen. In de gids staat ook wat de voorzieningen zijn zoals wel of geen stromend water, wel of geen wc en wel of geen douche. Hoe leuk het kamperen ook is, ik vind, vooral met kinderen, de aanwezigheid van stromend water, een wc en een douche toch wel prettig. Daarom hadden we dit plekje ook gekozen, het zou er allemaal zijn.

De werkelijkheid was toch even anders was…Want om bij kampeerplaats nummer 728 te komen moesten wij eerst de juiste boerderij hebben gevonden. Toen hadden we het geluk dat deze biologische boer aanwezig was om ons te begeleiden door de velden naar een strook land waar we onze tent op mochten zetten. Geen ander mens te zien! Ook geen stromend water, anders dan het kabbelende zeewater. De jerrycan met 10 liter water was de aanvulling. Douchen zou bij die boer kunnen, maar een frisse duik in het water was een veel beter alternatief. En een wc? Ach… voor de hoge nood was er een poepdoos met deksel te vinden in de struiken. “Waar kunnen we doortrekken?” Vroegen de net-zindelijk geworden dochters.  “Dat is hier niet, het gaat gewoon de grond in” “Eten de wormen en de mollen het dan op?” ” Ja” Hoe simpel kan het zijn en hoe makkelijk is het om de basis van kamperen in de vrije natuur te accepteren. En zeg nou zelf: koken op een brander met uitzicht op zee is toch super?

Een reactie plaatsen